Standaarden, protocollen; een greep uit de jurisprudentie
|
  |
Vooraf
Hieronder een reeks uitspraken die op het onderwerp betrekking hebben. De lijst is uitdrukkelijk niet limitatief. Het is een greep uit wat er voorhanden is. Uitspraken zijn in principe openbare stukken. Een heel groot deel is tegenwoordig te vinden op Rechtspraak.nl. Dat is een gratis toegankelijke...
Meer...
Vooraf
Hieronder een reeks uitspraken die op het onderwerp betrekking hebben. De lijst is uitdrukkelijk niet limitatief. Het is een greep uit wat er voorhanden is. Uitspraken zijn in principe openbare stukken. Een heel groot deel is tegenwoordig te vinden op Rechtspraak.nl. Dat is een gratis toegankelijke site die nummers gebruiken die met LJN beginnen, vervolgens twee hoofdletters en vier cijfers. Daarnaast zijn er een aantal andere databanken met uitspraken, vaak met een toelichting door een deskundig jurist. Die databanken zijn niet gratis toegankelijk. Van de, op het gebied van arbeidsrecht, meest gebruikte databank van SDU, bekend onder de vermelding JAR (Jurisprudentie Arbeids Recht) met een jaargang en nummer, heb ik een aantal uitspraken opgenomen. Ze zijn voor niet abonnees soms in te zien of op te vragen bij (Universiteits) bibliotheken.
Van elke uitspraak heb ik een stuk tekst aangehaald. Wil de lezer echter een goed beeld krijgen van de casus, dan kan alleen de gehele tekst dienst doen. Voor de uitspraken met een LJN nummer staat er een directe link naar de uitspraak vermeld.
Bedenk dat er diverse niveaus civiele en administratieve rechters zijn, en onderwerpen die zijn uitgekristalliseerd als wel onderwerpen die nog volop in beweging zijn. Een uitspraak is gebaseerd op vele feiten en omstandigheden. Een uitspraak is nooit één op één op een andere situatie toe te passen.
Voor de gedachten vorming zijn uitspraken echter wel interessant. Nergens krijg je een beter beeld van de wijze waarop de juristen denken als in uitspraken. Voor niet juristen kan dat verhelderend werken.
Minder...
Niet volgen van het beoordelingskader UWV | LJN BK7027 2010 |
Behandeling biedt geringe kans op herstel
Duurzaam volledig arbeidsongeschikt
|
De Raad heeft in zijn uitspraak van 4 februari 2009, LJN BH1896, geoordeeld dat blijkens de wetsgeschiedenis de verzekeringsarts zich een oordeel dient te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid...
Meer...
De Raad heeft in zijn uitspraak van 4 februari 2009, LJN BH1896, geoordeeld dat blijkens de wetsgeschiedenis de verzekeringsarts zich een oordeel dient te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA, waarbij hij een inschatting dient te maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de betrokken verzekerde. Bij de vraag of er sprake is van duurzaamheid gaat het om een inschatting van de toekomstige ontwikkelingen van de arbeidsbeperkingen. Dit brengt mee dat de inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar en daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de betreffende individuele verzekerde aan de orde zijn. In het geval de inschatting van de kans op herstel berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde.
In zijn genoemde uitspraak heeft de Raad overwogen dat de verzekeringsarts bij het onderzoek naar de duurzaamheid van een volledige arbeidsongeschiktheid volgens het Uwv het door het Uwv vastgestelde beoordelingskader, genaamd “Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen” (het beoordelingskader), dient te hanteren. De Raad heeft daaromtrent geoordeeld dat het Uwv niet de bevoegdheid kan worden ontzegd ter uitvoering van zijn wettelijke taak regels vast te stellen ter uitvoering van die taak en ter interpretatie van wettelijke voorschriften. Voorts heeft de Raad overwogen dat het beoordelingskader het karakter heeft van een instructie aan de verzekeringsartsen met betrekking tot de wijze waarop zij de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid dienen te bepalen en dat hij het ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming wenselijk acht dat de verzekeringsartsen het beoordelingskader bij hun onderzoek volgen.
In het thans voorliggende geval moet de Raad vaststellen dat bezwaarverzekeringsarts J in haar rapportage van 21 januari 2008, welke rapportage ten grondslag ligt aan het bestreden besluit, wel een standpunt heeft ingenomen met betrekking tot de vraag of zich de situatie voordoet dat geen verbetering meer is te verwachten, maar dat zij bij haar onderzoek naar de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid van werknemer niet, dan wel niet op juiste wijze, het beoordelingskader heeft gevolgd. J heeft stap 1 van het beoordelingskader beschreven (de verzekeringsarts beoordeelt of verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten) en aangegeven dat ten aanzien van appellante verbetering van de belastbaarheid niet was uitgesloten. Om die reden, zo heeft J vervolgens aangegeven, zijn de in het beoordelingskader beschreven stappen 2 en 3 niet aan de orde.
De Raad heeft in zijn genoemde uitspraak al aangegeven dat hij van oordeel is dat het niet zetten van alle achtereenvolgende stappen van het beoordelingskader niet reeds meebrengt dat om die reden een bepaald besluit strijdt met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel. De Raad heeft er daarbij op gewezen dat, voor zover het beoordelingskader het karakter heeft van een instructie aan de verzekeringsartsen, het een hulpmiddel is ten behoeve van een zorgvuldige, consistente en onderbouwde besluitvorming. Het niet zetten van alle stappen van het beoordelingskader is daarom niet in strijd te achten met de eisen die zijn te stellen aan een besluitvorming indien dit in een concreet geval heeft geleid tot een besluit dat is voorzien van een deugdelijke motivering.
De vraag of het bestreden besluit, wat betreft het daarin vervatte standpunt dat de volledige arbeidsongeschiktheid van werknemer niet duurzaam is, is voorzien van een deugdelijke motivering beantwoordt de Raad bevestigend. Hij wijst er daartoe (nogmaals) op dat bezwaarverzekeringsarts Jonker uitdrukkelijk in haar rapportage van 21 januari 2008 is ingegaan op de vraag of met betrekking tot de ten aanzien van werknemer aangenomen beperkingen voor het verrichten van arbeid verbetering was te verwachten en dat zij daarbij de voorhanden zijnde medische informatie, ook die welke door werknemer in bezwaar naar voren is gebracht, heeft betrokken. In haar rapportages van 10 maart 2009 en 9 oktober 2009 heeft J, in reactie op de door werknemer - onder verwijzing naar ingebrachte medische gegevens - betrokken stelling dat haar volledige arbeidsongeschiktheid wel duurzaam is te achten, haar eerdere opvatting toegelicht en uitgewerkt dat voorafgaand aan en ten tijde van het moment waarop het recht op WGA-uitkering is ontstaan een meer dan geringe kans op herstel bestond van de functionele mogelijkheden van werknemer. De omstandigheid dat de behandelingen van werknemer, achteraf bezien, geen, dan wel minder verbetering hebben gebracht dan was te verwachten, is, zo heeft J onderbouwd gesteld, geen grond om aan te nemen dat de door haar aangegeven verwachting die ten tijde in dit geding van belang bestond voor onjuist moet worden gehouden. Naar het oordeel van de Raad heeft J in haar rapportages, waarbij zij is ingegaan op de aard van werknemers beperkingen en de door werknemer gevolgde behandelingen, een voldoende concrete en individuele onderbouwing gegeven van de verwachting (ten tijde van de onderhavige beoordelingen) dat er in het eerstkomende jaar een meer dan geringe kans op herstel van de functionele mogelijkheden van appellante bestond.
Minder...
Naar aanleiding van de principiële gronden over de onderzoeksmethode, die werknemer in hoger beroep heeft aangevoerd, overweegt de Raad het volgende. In de verwijzingen naar de overgelegde wetenschappelijke...
Meer...
Naar aanleiding van de principiële gronden over de onderzoeksmethode, die werknemer in hoger beroep heeft aangevoerd, overweegt de Raad het volgende. In de verwijzingen naar de overgelegde wetenschappelijke literatuur ziet de Raad onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat het medisch onderzoek naar de psychische stoornissen van werknemer in dit concrete geval niet op zorgvuldige wijze of anderszins niet “state of the art” heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de Raad heeft het onderzoek overeenkomstig de in het algemeen in de verzekeringsgeneeskunde geaccepteerde methode plaatsgevonden, zoals neergelegd in de standaard “Onderzoeksmethoden bij psychische stoornissen” en de standaard “Onderzoeksmethoden” van het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Het standpunt van werknemer dat het onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsartsen louter is gebaseerd op een klinische blik of mono-methodisch is, wordt evenmin door de Raad onderschreven, nu deze artsen beschikten over informatie uit de behandelend sector en ook zelf een anamnese hebben afgenomen en lichamelijk en psychisch onderzoek hebben verricht. Mitsdien is de Raad van oordeel dat het Uwv, wat betreft de medische grondslag bij de besluitvorming, terecht is uitgegaan van de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om een deskundige in te schakelen om een visie te vragen met betrekking tot de gevolgde methode van onderzoek of voor het laten verrichten van nader onderzoek naar de psychische gesteldheid van werknemer.
Minder...
Niet meer ongeschikt voor "haar" arbeid. De Raad oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig tot stand is gekomen. Temeer nu uit het huisartsenjournaal ten tijde hier in geding...
Meer...
Niet meer ongeschikt voor "haar" arbeid. De Raad oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig tot stand is gekomen. Temeer nu uit het huisartsenjournaal ten tijde hier in geding niet blijkt dat appellante nog invaliderende klachten ondervond van haar whiplashtrauma. Het protocol Whiplash associated disorder I/II is niet van toepassing bij een ZW-beoordeling
Minder...
CVS Chronisch Vermoeidheidssyndroom | LJN BL8110 2010 |
:
Motivering beperkingen
Protocol
Hoog ziekteverzuim
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl |
De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank aangaande de medische grondslag en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad merkt voorts op dat, zo het Verzekeringsgeneeskundig...
Meer...
De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank aangaande de medische grondslag en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad merkt voorts op dat, zo het Verzekeringsgeneeskundig protocol Chronische-vermoeidheidssyndroom al van toepassing is op de onderhavige schatting, de Raad geen aanknopingspunten ziet voor het oordeel dat de door de bezwaarverzekeringsarts verrichte beoordeling hiermee niet in overeenstemming is. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige in de rapportage van 5 december 2007 afdoende heeft gemotiveerd dat de belasting in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies onder de sbc-codes 267050, 267040 en 111180 de belastbaarheid van werknemer niet te boven gaat. De Raad ziet ten slotte in de beschikbare gegevens geen aanknopingspunten ter ondersteuning van werknemers stelling dat rekening moet worden gehouden met een bovenmatig ziekteverzuim. De Raad kan zich verenigen met de in dit verband gegeven reactie van de bezwaarverzekeringsarts E van 19 januari 2010
Minder...
Urenbeperking | LJN BL8097 20 |
medisch onderbouwen
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
|
De Raad is van oordeel dat, nu de bezwaarverzekeringsarts zich nadrukkelijk heeft afgevraagd of een medische urenbeperking noodzakelijk was en daarbij de in de Standaard Verminderde Arbeidsduur genoemde...
Meer...
De Raad is van oordeel dat, nu de bezwaarverzekeringsarts zich nadrukkelijk heeft afgevraagd of een medische urenbeperking noodzakelijk was en daarbij de in de Standaard Verminderde Arbeidsduur genoemde categorieën als leidraad heeft gehanteerd, niet gezegd kan worden dat haar oordeel dat een medische urenbeperking niet geïndiceerd is niet naar behoren is gemotiveerd. De weergegeven motivering van de rechtbank behelst in essentie haar eigen opvatting dat bij de ziektebeelden van betrokkene, in combinatie beschouwd, sprake moet zijn van een energietekort van zodanige omvang dat van betrokkene niet valt te vergen dat hij in de door hem gewerkte omvang van 30 uur per week zijn eigen werk verricht, althans dat de andersluidende opvatting van appellant in het licht van alle medische gegevens onvoldoende is gemotiveerd. De Raad volgt de rechtbank in die opvatting niet, nu die niet gesteund wordt door de voorhanden zijnde medische gegevens. In hoger beroep heeft de bezwaarverzekeringsarts in reactie op de aangevallen uitspraak bij rapport van 3 november 2008 nogmaals gemotiveerd waarom een medische urenbeperking niet noodzakelijk is. Die argumentatie is van de zijde van betrokkene niet met gegevens van medische aard die betrekking hebben op de medische situatie van betrokkene ten tijde hier in geding, bestreden. De stelling van betrokkene dat volgens rechtspraak van de Raad de bestuursrechter bij de vaststelling van de feiten niet gebonden is aan de Standaard Verminderde Arbeidsduur betekent geenszins, anders dan betrokkene mogelijk meent, dat de bestuursrechter verplicht is een met behulp van deze standaard door de bezwaarverzekeringsarts gevormd medisch oordeel naast zich neer te leggen. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.
Minder...
Het standpunt van werknemer dat er gelet op de Standaard verminderde arbeidsduur vanwege zijn energetische...
Meer...
Het standpunt van werknemer dat er gelet op de Standaard verminderde arbeidsduur vanwege zijn energetische beperkingen voor de verzekeringsarts een indicatie bestaat hem in uren beperkt te achten deelt de Raad niet. Deze Standaard is van toepassing bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en niet zoals in het onderhavige geval van een ZW-beoordeling waarbij als criterium geldt het in artikel 19 van de Ziektewet opgenomen begrip “zijn arbeid”.
Minder...
Herziening WAO-uitkering. Regeling Verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten. Protocol is hulpmiddel bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Protocol is geen "checklist"....
Meer...
Herziening WAO-uitkering. Regeling Verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten. Protocol is hulpmiddel bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Protocol is geen "checklist". Per geval dient te worden bezien welke betekenis aan een protocol toekomt.
Minder...