referteeis



 

Inleiding

 

Dat is het gevolg van het feit dat er net als in een ver verleden een werkloosheidsaspect in de WIA, of eigenlijk alleen in de WGA is gekomen. Gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers krijgen niet een gedeeltelijke uitkering WIA en een deel WW-uitkering, maar alleen WIA/WGA, een uitkering in de klasse 35-80%. Zij souperen echter wel rechten op. Ten opzichte van de WAO vergt deze wijziging een andere manier van denken, zeker ten aanzien van de belangen van de werknemer en via de premiedifferentiatie ook zeker van de werkgever.

 

Voorwaarden;

Wekeneis

De werknemer voldoet aan de referte-eis, indien:

Op grond hiervan komt een gedeeltelijk arbeidsgeschikte alleen voor een WGA-LGU uitkering in aanmerking indien hij in de 36 weken voorafgaande aan het einde van de wachttijd (ziektedagen buiten beschouwing gelaten) in 26 weken heeft gewerkt. Voldoet hij niet aan de referte-eis, dan komt de werknemer direct terecht in de LAU of de vervolguitkering.

Er moet worden gekeken naar de 36 weken;

 

Vaak komt het erop neer dat de referteperiode wordt gevormd door de weken die aan de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vooraf gingen.

 

Weken waarin wegens arbeidsongeschiktheid slechts gedeelte wordt gewerkt, of waarin geen adequate prestatie is geleverd worden niet in aanmerking genomen.

Alle weken waarin echter arbeid is verricht tellen mee. Geen minimum, geen eis van aaneengesloten werken, het mag bij diverse werkgevers in meerdere dienstbetrekkingen zijn verricht.

 

WW-ers die ziek worden

De werknemer voldoet aan de referte-eis, indien;

Dit betekent dat ook met het recht hebben op een WW-uitkering wordt voldaan aan de referte-eis. Een dergelijke bepaling is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat werknemers tijdens de periode dat recht bestaat op een WW-uitkering, ook aan de referte-eis van de wet WIA kunnen voldoen. Anders zouden zij nadeel ondervinden doordat zij zich arbeidsongeschikt melden.

 

WW-ers die ziek worden hebben na de wachttijd dus recht op een LGU, ook als zij geen 26 van de 36 weken (referte-eis) hebben gewerkt.

 

WW recht nog niet opgebruikt;

De werknemer voldoet aan de referte-eis, indien;

Het gaat hier om; WW, werken, ziek, ZW, geen herleven WW vanwege ZW.

Hier ook zonder de wekeneis recht op LGU. De werknemer had zonder arbeidsongeschiktheid immers WW gekregen.

 

Wachtgeld en arbeidsongeschiktheid

De werknemer voldoet aan de referte-eis, indien;

 

De werknemer voldoet aan de referte-eis, indien;

Er is per  1 augustus 2009 geregeld dat iemand die verzekerd is omdat hij recht heeft op wachtgeld, net als de verzekerde die recht heeft op WW, na 104 weken ziekte voldoet aan de referte-eis.

 

WAZO en arbeidsongeschiktheid

De werknemer voldoet aan de referte-eis, indien;

Hier gaat het om een werknemer van wie het recht op een WW-uitkering is geëindigd omdat er een recht ontstond op WAZO-uitkering, en na eindiging van de WAZO herleeft de WW niet vanwege arbeidsongeschiktheid. Deze werknemer wordt geacht aan de referte-eis te  hebben voldaan. Na 104 weken ziekte komt hij dus in aanmerking voor een WGA-LGU-uitkering.

 

Weken die niet meetellen voor de referte-eis

Een aantal weken is uitgesloten voor de bepaling van de 36 wekenperiode;

Dit betekent bij arbeidsongeschiktheid dat de 36 weken beginnen terug te tellen vanaf de eerste ziektedag. Is er in de wachttijd kortere perioden gewerkt dan tellen deze dagen mee voor het bepalen van de termijn van 36 weken. Hetzelfde geldt voor perioden van onbetaald verlof en perioden waarin WAZO-uitkering is genoten.

 

Verlaagde wekeneis

 

Onder “vrijwel uitsluitend” dient te worden verstaan

 

Regeling gelijkstelling weken

In de Regeling van 18 december 1986, nr. 86/8025, houdende regels gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken is een aantal weken waarin feitelijk geen arbeid is verricht, bijvoorbeeld wegens vakantie of wegens ploegendienst, gelijkgesteld aan weken waarin wel arbeid is verricht.

 

Met weken waarin als werknemer arbeid is verricht

 

Het gaat om

voor zover hij voor die dagen

 

Als niet duidelijk is op welke periode een schadeloosstelling, schadevergoeding of betaling betrekking heeft bepaalt het UWV op welke weken deze betrekking heeft.

 

 

 

 

 

wetteksten

 

 

 

Artikel 54 lid 3

De WGA-uitkering bestaat voor de werknemer

uit

 

De WGA-uitkering bestaat voor de verzekerde

uit

 

Artikel 58 lid 1 Referte-eis

De verzekerde voldoet aan de referte-eis, indien:

  1. hij in 36 weken
  2. hij onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag
  3. zijn recht op een uitkering op grond van de WW is geëindigd
  4. hij onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag
  5. hij onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag
  6. het recht op uitkering op grond van de WW is geëindigd

 

Lid 2

Voor de vaststelling van het aantal van 36 weken

 

Lid 3 dit is anders voor….

Bij algemene maatregel van bestuur

 

Lid 4

Bij ministeriële regeling

 

Besluit  Verlaagde  Wekeneis  WW  en  Wet  WIA

 

 

Artikel 1 lid 1

Ten aanzien van de werknemer die

 

lid 2 ondersteunende activiteiten

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op

 

Regeling  gelijkstelling  niet-gewerkte  weken  met  gewerkte  weken

 

Artikel 1

Met weken waarin als werknemer arbeid is verricht

 

Artikel 2

Indien een

Artikel 4

Voor de vaststelling van het aantal weken waarin als werknemer arbeid is verricht als bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet worden weken meer dan één keer in aanmerking genomen, indien:…………………

 

 

Jurisprudentie

 

RSV 2000/94)

Mislukte werkhervatting

Werken en toch arbeidsongeschikt

Zoals de Raad eerder heeft overwogen, in het bijzonder in het kader van de beoordeling of op grond van het (voormalige) art. 17, tweede lid, van de WW voorverlenging van de referteperiode wegens arbeidsongeschiktheid kon plaatsvinden, acht hij het denkbaar dat zich situaties kunnen voordoen, waarin een gewerkte periode moet worden aangemerkt als een periode waarin wegens arbeidsongeschiktheid geen arbeid is verricht, bijvoorbeeld wanneer iemand al na zeer korte tijd op grond van dezelfde klachten wederom uitvalt, zodat in zo'n geval gesproken kan worden van een mislukte werkhervatting. Daarbij denkt de Raad aan een periode van enkele dagen tot hooguit een week.

Voor het aannemen van een dergelijke situatie in het onderhavige geval bieden de gedingstukken geen enkel aanknopingspunt. Dat werknemer in genoemde weken in geringere omvang werkzaamheden heeft verricht als in sommige andere weken, biedt op zichzelf onvoldoende houvast voor de conclusie dat sprake is van mislukte werkhervatting.